🤝 Vind elkaar op LinkedIn!

Sticky bericht

Semper Floreat en LinkedIn-groep Erasmiaans Gymnasium Alumni slaan de handen ineen. Volg de pagina, betreed de groep en verlies jouw oude schoolvrienden nooit meer uit het oog! Mis je een mede-Erasmiaan? Verspreid het woord en nodig hem of haar ook uit op het digitale Forum Erasmianum!

Bijspijkeren met… Karin den Heijer

Indruk maken? In deze aflevering laat wiskunde-docent Karin den Heijer zien hoe je de stelling van Pythagoras bewijst. Met #Bijspijkeren houdt Semper Floreat oud-leerlingen bij de les!

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Valentijn-bite: Jenneke en Niek

Het leven kan raar lopen. We hebben op het Erasmiaans vanaf de 1ste t/m de 4de bij elkaar in de klas gezeten. Jenneke vond Niek maar met papieren vliegtuigjes spelen, en Niek vond Jenneke een eindeloze kletsmajoor en begreep niet wat andere jongens in haar zagen. In de 5de werden we gesplitst in een alfa- en een bèta-klas. In de pauzes volleybalden we allebei graag in de gymzaal boven, zo kwam je elkaar weer eens tegen. Bij de biologie excursie naar Noorwegen nog steeds geen wederzijdse interesse, maar bij de Rome reis is de vlam aangegaan: Jenneke vond Niek mooi tekenen en Niek hield opdringerige Italianen met een iets te stevige handdruk op afstand. De liefde werd nog door wat ongelukkig onbegrip verstoord maar is na 2 jaar alsnog bevestigd. Jenneke deed conservatorium piano/hobo in Den Haag en kunstgeschiedenis in Leiden, Niek Technische Natuurkunde in Delft, en zo is het ook altijd gebleven. Een modern dating algoritme had er nooit een match in gezien en Jenneke’s vader wilde niet geloven dat het goed zou komen met onze twee zo verschillende milieu’s. Maar na 46 jaar huwelijk met 3 kinderen en 8 kleinkinderen zijn we nog steeds gelukkig met elkaar. Genieten van muziek, kunst, natuur en elkaar? Of elkaar aanvullen en vrij laten? Of hebben we er niks over te zeggen en gaat het om toeval, hormonen en okselgeur? Zo heeft het Erasmiaans ons toch nog onverwacht veel gebracht. En hebben we er bij de eerste vriend(innet)jes van onze kinderen ook altijd rekening mee gehouden dat het een blijvertje kon zijn.

Jenneke en Niek

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Flitsen tussen buien door

De seizoensfoto viel bijna letterlijk in het water. Gelukkig hielp Reinier Hoffman, hobbyfotograaf en kersvers Rotterdammer, ons uit de brand. De overgang van winter naar lente is door Reinier op dramatische wijze vastgelegd op de gevoelige plaat. De fotograaf zegt hier zelf over: “De lentezon breekt door in een koud en nat Rotterdam.” Eerdere seizoensfoto’s staan hier.

Nawinter in Rotterdam, Reinier Hoffman
foto: Reinier Hoffman

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

De eerste 100 dagen van nieuwe rector Chris van den Berg

Chris van den Berg
Chris van den Berg

De inrichting van de rectorskamer is niet veranderd, maar de rector wel. Chris van den Berg verwelkomt mij met een stevige handdruk. Wij praten over zijn eerste 100 dagen op het Erasmiaans. Wie is hij? Chris heeft Germanistik gestudeerd in Leiden en aan de Freie Universität van Berlijn. Al tijdens zijn studie vroeg zijn oude middelbare school op Zuid, de Christelijke Scholengemeenschap Calvijn, of hij daar les wilde komen geven. Dat beviel zo goed, dat hij er is blijven werken. En toen Rotterdam-Zuid zijn eigen gymnasium kreeg, was Chris één van de kwartiermakers van het Zuider Gymnasium.

Daar had hij als conrector waarschijnlijk nog gezeten, als zijn vader hem niet had geadviseerd ook nog eens ergens anders te gaan kijken. En zo geschiedde. Chris trok de stoute schoenen aan en schreef zijn motivatiebrief voor het Erasmiaans. Hij werd uitgenodigd en onderdeel van de sollicitatie was een gesprek met 11 vertegenwoordigers van de Erasmiaanse gemeenschap variërend van leerlingen, medewerkers en ouders tot de medezeggenschapsraad.

“Dat was een heel motiverend gesprek. Het klikte meteen. Mij werd onder meer de casus voorgelegd hoe ik aankeek tegen de grote uitstroom in de eerste en tweede klas. Ligt de lat niet te hoog? Kunnen we er nog meer energie in stoppen en waarin dan precies? Daar had en heb ik wel een mening over. Het is voor veel 12- en 13-jarigen een grote overgang van de basisschool naar de middelbare en zeker naar het gymnasium met zijn Latijn en Grieks. Dat gaat niet iedere leerling, hoe talentvol ook, even gemakkelijk af. Sommige leerlingen hebben wat meer tijd nodig of moeten eraan wennen dat ze voor het eerst iets moeten. Op initiatief van het team wordt de niveautoets die bij een onvoldoende voor de Klassieke Talen opgelegd kan worden, vanaf dit schooljaar anders ingezet. Leerlingen gaan bij een onvoldoende hiervoor verplicht deelnemen aan steunles. Vaak zie je dat de resultaten vanaf de 3e klas heel goed zijn. We moeten de leerlingen actief ondersteunen in het proces daarnaartoe. Ik vind het mooi om te zien hoe zorgvuldig het team over deze begeleiding nadenkt.

Ja, er zijn verschillen tussen het Zuider Gymnasium en het Erasmiaans. Met name het verschil in leeftijd. Een school die 700 jaar bestaat kan terugvallen op haar geschiedenis en routines. Het Erasmiaans is een geoliede professionele organisatie. Op Zuid moesten we veel pionieren en experimenteren. Ook goed, maar anders. Dat verleden brengt wel met zich mee, dat je voortdurend moet blijven nadenken hoe dat op zichzelf bijzonder waardevolle verleden zich verhoudt tot de eisen en verwachtingen van de huidige tijd.

We waren natuurlijk collega-scholen en ik had wel een bepaald beeld van het Erasmiaans. Je ontkomt er als relatieve buitenstaander niet aan dat je denkt dat de cultuur van Kralingen en Hillegersberg hier de boventoon voert. Het Erasmiaans als elitaire school. Laat dat nou helemaal niet kloppen. De school is juist ontzettend divers en inclusief. Dat geldt zowel voor de leerlingen als de medewerkers. Het is veel meer een geheel dan ik dacht. De school bruist van de activiteiten, waar leerlingen en medewerkers enthousiast aan meedoen. Ik probeer dat via sociale media ook naar buiten te brengen. Daar was de school veel te bescheiden in. Vonden ze heel gewoon en dat is het echt niet. We moeten ons verhaal vaak tegen elkaar vertellen en ook met veel enthousiasme met anderen delen. Die hebben daar recht op. En dat is ook in ons belang.

Met hiërarchie heb ik niets. Ik ben van de inhoud en ga graag met iedereen over van alles in gesprek. Daar leer je van. Dat doe ik zowel met nieuwe docenten met hun enorm nuttige blik van buiten als met het zeer stabiele personeel dat al jaren op de school werkt en als geen ander weet wat belangrijk is. Ik denk dat ruimte voor die brede betrokkenheid ons een fijne werkgever maakt en dat is sowieso, maar zeker in ons tijdsgewricht heel belangrijk. De komende 10 jaar gaan veel docenten namelijk met pensioen. Dat geldt niet alleen voor ons, maar voor alle middelbare scholen. Jonge docenten hebben het dan voor het kiezen. Dat wordt een blijvende zoektocht naar onderwijzend talent.

Ik heb veel vertrouwen in de toekomst van het (zelfstandige) gymnasium. Het is een onderwijsvorm, die ik enorm waardeer om zijn emancipatorische karakter en het biedt alle leerlingen de kans een stapje verder te zetten. Zowel Erasmianen uit de 6e generatie als kinderen uit gezinnen waar het gymnasium geen traditie is. Ik kom zelf ook uit zo’n gezin en het gymnasium heeft mij enorm verrijkt. Daar vind je de legitimatie.

In 2028 kijken we terug op 700 jaar Erasmiaans. We gaan er iets moois van maken waarbij we niet alleen terug, maar ook vooruitkijken. Er komt een jubileumraad waar onder anderen oud-leerlingen voor worden gevraagd. Eén van onze activiteiten wordt het digitaal ontsluiten van de Erasmiaanse geschiedenis: hopelijk ontstaat zo een digitaal Erasmiaans museum. En we gaan de mediatheek omvormen tot bibliotheek. Dat staat al op korte termijn te gebeuren. Boeken lezen is goed! In een gerenoveerd gebouw, want we gaan verbouwen. De aanleiding is, dat ons binnenklimaat moet worden verbeterd. De ventilatie is niet goed. En dat combineren we met groot onderhoud dat we naar voren halen. We mogen in de monumentale vleugel terug naar het oorspronkelijke ontwerp van het gebouw. Dat wordt prachtig met de kozijnen van toen, het glaswerk van toen en vloeren passend bij het ontwerp van toen. Hoe mooi is het om je gasten zo op je 700-jarig verjaardagsfeestje te mogen ontvangen!”

We hebben al te lang gesproken en Chris haast zich naar het volgende overleg. Wat een gedrevenheid en wat een ambities. Het Erasmiaans is beloond met een waardige opvolger van Bouwien!

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Van Erasmiaanse Namen tot Het Vergeten Lyceum

Project Erasmiaanse Namen inspireert tot nieuw Holocaust-educatieproject

In de Leopoldzaal van het Erasmiaans Gymnasium vond op 20 januari 2026 de lancering plaats van Het Vergeten Lyceum. Dit educatieve Holocaust-project vertelt het vrijwel onbekende verhaal van het Joods Lyceum Rotterdam, een oorlogsschool die slechts anderhalf jaar bestond (1941–1943). Op het Joods Lyceum zaten ten minste 24 leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium.

Tijdens de zomervakantie van 1941 ontving Pattist, de toenmalige rector van het Erasmiaans Gymnasium, een brief van de gemeente Rotterdam. In de brief stond dat hij een lijst moest maken van alle leerlingen zijn school, ten behoeve van “scheiding van Joodsche en niet-Joodsche kinderen.” De Joodse leerlingen mochten na de zomer van 1941 niet meer terugkeren op het Erasmiaans. Op een blaadje noteerde rector Pattist hun namen.

Voor de Joodse gymnasium- en hbs-leerlingen richtte de gemeente Rotterdam het Joods Lyceum op. Officieel heette de school het Gemeentelijk Lyceum voor Joodsche leerlingen. De nieuwe school werd gevestigd in Kralingen, in een oud schoolgebouw waarvan de bovenste verdieping zwaar beschadigd was geraakt door het bombardement van 14 mei 1940. Erasmiaan Arthur Trijbits, een van de leerlingen die het Erasmiaans had moeten verlaten, omschreef het gebouw als een “mistroostige school (…) in een platgebombardeerde wijk.”

Schoolhistoricus Niek van der Blom, docent klassieke talen op het Erasmiaans van 1951 tot in 1981, schreef in zijn Grepen uit de geschiedenis van het Erasmiaans Gymnasium (1978) al kort iets over het Joods Lyceum. “Misschien is het weinige dat ik hier doorgeef aanleiding tot het vinden van meer,” schreef hij. Dat ‘meer’ werd gevonden dankzij het project Erasmiaanse Namen, in 2020 geïnitieerd door oud-leerling Anne Schram Ouweneel.

Erasmiaanse Namen is een meerjarig educatief project waarbij zesdeklassers van het Erasmiaans hun profielwerkstuk kunnen schrijven over een oorlogsslachtoffer van hun eigen school. De resultaten van hun onderzoek worden elk jaar rondom de Dodenherdenking op school tentoongesteld, samen met portretten van de Erasmianen die niet terugkeerden en een kunstwerk van Bart Domburg met hun namen.

Tijdens de allereerste lichting van Erasmiaanse Namen, in 2020, stimuleerde Anne een van de leerlingen, Ties Hoogeveen, om onderzoek te doen naar het Joods Lyceum. Toen Ties’ profielwerkstuk af was, ging Anne door waar hij was gestopt. Dat leidde tot het project Het Vergeten Lyceum, bedoeld voor leerlingen uit Rotterdam en omstreken.

Op de website van Het Vergeten Lyceum staat het geïllustreerde verhaal van het Joods Lyceum en zijn leerlingen. De webteksten zijn geschreven op taalniveau B2, zodat leerlingen van alle niveaus en klassen het kunnen begrijpen. Ingewikkelde woorden worden uitgelegd via een inventief uitklaptekstje. Tijdlijnen zorgen ervoor dat de verhalen zowel lineair als non-lineair kunnen worden gelezen. Deze levensverhalen van Joodse leeftijdsgenoten bieden leerlingen van nu een ingang tot historische kennis over de Holocaust. Niets brengt de oorlog zo dichtbij als de eigen stad en de eigen leeftijdsgroep.

De lancering vond plaats in aanwezigheid van nabestaanden van oud-leerlingen van het Joods Lyceum, WO2-onderzoekers, vrijwilligers en andere betrokkenen. Dagvoorzitter Trix van Bennekom, auteur van het boek Halte Hausdorff over de Joods-Rotterdamse huisarts en Erasmiaan David Hausdorff, leidde het programma in en gaf toelichtingen. Chris van den Berg, rector van het Erasmiaans Gymnasium, sprak een welkomstwoord uit. Theo Kemperman, voorzitter van Stichting Loods 24, hield een indrukwekkende lezing over Loods 24 en Holocausteducatie. Daarna werden voor het eerst in de geschiedenis de namen voorgelezen van de nu bekende leerlingen van het Joods Lyceum. Bariton Ken Gould sloot de middag af met een aangrijpende vertolking van Eli, Eli.

In mei 1943 sloot het Joods Lyceum omdat er geen leerlingen meer over waren. Alle 150 leerlingen waren gedeporteerd of ondergedoken. Een enkeling had kunnen vluchten. Van de 25 leerlingen op het lijstje van Pattist overleefden slechts 11 leerlingen de Holocaust.

De website van Het Vergeten Lyceum wordt de komende jaren aangevuld met nieuwe verhalen, lesmateriaal en interactieve functies.

Erasmiaanse Namen en Het Vergeten Lyceum zijn projecten van Stichting Sanderling. Drijvende kracht achter deze projecten is oud-leerling Anne Schram Ouweneel (eindexamenjaar 1990). Anne wordt bijgestaan door vrijwilligers, onder wie Erasmiaan Loes Wijnbergen, dochter van de Erasmiaanse Engelandvaarder Lou Wijnbergen.

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Bijspijkeren met… Chris van den Berg

Eine kurze Lektion van docent Duits en onze nieuwe rector, Chris van den Berg! In deze aflevering: das Schulgebäude als Erinnerungsort. Met #Bijspijkeren houdt Semper Floreat oud-leerlingen bij de les!

Meer weten over onze nieuwe rector? Klik dan hier.

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Erasmianen op Romereis

Deze herfst was het weer zover: 143 leerlingen en 15 docenten togen per bus naar Rome. Op de herfstfoto van dit jaar: Erasmianen wachten op de bus, tegen een decor van Rotterdamse gebouwen en herfstbladeren. Meer foto’s van de Romereis vind je hier. Eerdere seizoensfoto’s zijn hier te bewonderen.

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Pieter en Erasmus Gerardszoon

“Erasmus van Rotterdam aan heer Pieter, zijn broer, gegroet … Als je wilt horen hoe het met mij gaat, wel, ik houd zielsveel van je, zoals je ook verdient. Je naam ligt altijd op mijn lippen, ik draag je in mijn hart, ik denk voortdurend aan jou, ik droom van jou, ik praat dikwijls over je met mijn vrienden en met niemand vaker, vertrouwelijker en met meer genoegen dan met onze stadgenoot Servaas …” zo klonk het in 1487 in een brief.[i] Veertig jaar later, in november 1527, schreef dezelfde Erasmus van Rotterdam echter: “Bij de dood van mijn broer bleef ik volkomen rustig”.[ii] Wat ging er mis tussen deze twee broers en wat weten wij van hun afkomst?

Persoonlijk voel ik ook vanwege zijn voornaam wel sympathie voor Pieter, maar dat wij hem tegenwoordig nog kennen, heeft hij volledig te danken aan zijn jongere broer Erasmus. Heel weinigen immers hebben ooit van deze Pieter gehoord, zijn broer Erasmus daarentegen is nog steeds bekend, en terecht. Over hem schreef zijn vriend John Colet al in 1516: “De naam Erasmus zal nooit verloren gaan, maar je zult je naam onsterfelijke roem verlenen en zwoegend in Jezus zul je voor jezelf het eeuwige leven verwerven”.[iii] Over diens leven – tot Erasmus in Bazel op 12 juli 1536 overlijdt -, werken en ideeën zijn inmiddels boekenkasten vol geschreven. Hij inspireert nog steeds velen. Enkele jaren geleden verscheen weer een nieuwe lijvige biografie van Sandra Langereis[iv], die ook uitgebreid ingaat op Erasmus’ familie en zijn jonge jaren. In 2021 kwam er ook een Nederlandse vertaling[v] van Stefan Zweigs enthousiaste Erasmusbiografie uit 1934, waarin zijn blijvende betekenis nog eens werd benadrukt.

De speurtocht naar dit stukje familiegeschiedenis van twee vijftiende eeuwse broers is genealogisch interessant want Erasmus is zelf de belangrijkste bron. Helaas betoont hij zich niet steeds een eerlijke bron. Het doel van zijn levensbeschrijvingen is namelijk vooral om zijn eigen positie als onafhankelijk denker gedurende en na zijn leven versterken. Hij schrijft zijn eigen familiegeschiedenis vooral in zijn brieven. Soms is hij daarin persoonlijk, zoals in de hierboven aangehaalde teksten, soms ook juist heel afstandelijk. Sommige van zijn berichten blijken verzonnen, andere lijken waar te zijn.

De ruzie met broer Pieter

In 1516 schrijft Erasmus een lange brief[vi], die moet worden voorgelezen aan paus Leo X. In die brief legt hij in een vertelling over twee broers – in feite Pieter en Erasmus zelf – uit hoe hij tegen zijn zin priester werd. De paus zou erg begaan zijn met dit verhaal en daarmee bereikte Erasmus zijn doel, namelijk dat de paus hem uit zijn onvrijwillig aanvaarde priesterschap ontsloeg.

In die brief vertelt hij dat de broers als tieners hun ouders aan de pest hadden verloren. Hun voogden, die hun erfenis slecht hadden beheerd, wilden de jongens in een klooster  onderbrengen. De broers hadden afgesproken zich gezamenlijk tegen het priesterschap te verzetten. Toen werden hun de aantrekkelijkheden van het kloosterleven voorgespiegeld. “Hierdoor betoverd begon de oudste [Pieter] te weifelen en vergat wat hij herhaaldelijk gezworen had. De jongste [Erasmus] bleef desondanks bij zijn besluit. Om kort te gaan, de trouweloze [Pieter] liet zijn broer [Erasmus] in de kou staan, aanvaardde het juk en stak wat er nog over was stiekem in eigen zak. En het was niet de eerste keer dat hij zo te werk ging. En de zaak liep mooi voor hem af. Hij was immers even traag van geest als sterk van lichaam, altijd uit op gewin, doortrapt en slim, verzot op geld, een stevige drinker en ijverige hoerenloper. Kortom, hij verschilde zoveel van zijn jongere broer dat het een ondergeschoven kind leek. Voor zijn eigen broer was hij altijd een kwade geest.”

Het lijkt hier dus alsof de broers al in onmin met elkaar leefden op het moment dat zij in het klooster intraden. Maar bedenk dan dat de eerst geciteerde brief, waarin Erasmus zijn onvoorwaardelijke broederliefde etaleert, geschreven is nadat zij beiden in een klooster waren ingetreden. Dus ofwel Erasmus heeft de scène die aan zijn intreden vooraf zou zijn gegaan later bedacht, of hij heeft het verhaal naderhand zwaar aangezet.

Over zijn ouders

Later – in 1524 – schrijft Erasmus, weer als onderdeel van een brief[vii], zijn zogenaamde Compendium vitae, een “Verslag van heel mijn leven, echt een Ilias vol rampen: want er is nooit een schepsel geboren dat ongelukkiger was dan ik”, met de opdracht dit verhaal met niemand te delen. Deze tekst is dan ook pas lang na zijn dood bekend geworden. In dit verhaal is geen plaats meer voor zijn broer Pieter.

Stamboom van Pieter en Erasmus

“Hij is in Rotterdam geboren” schrijft Erasmus over zichzelf, “in de nacht van 28 oktober. Zijn moeder Margareta kwam uit Zevenbergen. Met haar had zijn vader Gerard, de zoon van Elias en Catherina, een verborgen verhouding; het stel wilde trouwen. Zijn ouders en broers vonden echter dat hij priester moest worden. Dus ging Gerard in arremoede op reis met het plan nooit meer terug te komen. Zijn achtergebleven bruid was zwanger. Hij kwam in Rome, waar hij werkte als kopiist. Daar kreeg hij het valse bericht van zijn ouders dat zijn aanstaande overleden zou zijn. Daarop werd hij priester en wilde zich geheel aan de godsdienst wijden. Toen hij terugkwam, ontdekte hij het bedrog, maar hij raakte Margareta nooit meer aan. Wel zorgde hij dat zijn zoon beschaafd opgevoed werd …”.

Dit aandoenlijke[viii] verhaal over een dood gewaande geliefde, die bij thuiskomst springlevend blijkt met de kleine Erasmus op schoot, kan niet waar zijn, al was het maar omdat Erasmus de tweede zoon was van zijn ouders. Erasmus schreef het zo op omdat zijn vader op enig moment priester werd en hij op die manier hoopte te voorkomen dat zijn geestelijke nalatenschap zou lijden onder de betichting van een zondige geboorte: hij suggereert dat hij verwekt werd toen zijn vader nog geen gelofte had afgelegd.

Ook dit verhaal van Erasmus is dus tenminste gedeeltelijk verzonnen, maar gelukkig zijn recent documenten met betrekking tot Gerard, de zoon van Elias – dus de vader van Pieter en Erasmus – aan het licht gekomen, die het mogelijk maken een aannemelijke schifting aan te brengen tussen feiten en fictie in Erasmus’ Compendium vitae. Eind vorige eeuw bleek namelijk uit oorspronkelijke bronnen dat Gerard Eliaszoon van Rotterdam, in 1457 en 1458 als kopiist in Italië werkte.[ix] En enkele jaren geleden doken documenten op, die laten zien dat deze Gerard Eliaszoon van 1471 tot 1476 vice-pastor in Woerden was vanwaar hij naar Gouda vertrok.[x] Deze laatste bron ontkracht tevens definitief de lang verbreide Goudse claim, dat Erasmus weliswaar in Rotterdam geboren is, maar in Gouda verwekt zou zijn.

Zo lijkt het er dus op dat Gerard van Rotterdam, de zoon van Elias op enig moment priester werd en eind jaren 1450 in Italië was, waarna hij terugkeerde naar zijn geboortestad. Daar woonde hij tot 1571 samen met de Brabantse Margareta[xi] met wie hij een blijkbaar niet zo verborgen verhouding had, waaruit immers twee zonen geboren werden, eerst Pieter en daarna Erasmus. In 1471 verhuisde het viertal naar Woerden en vijf jaar later naar Gouda. Dat priesters geacht worden celibatair te leven, stond daar in de Hollandse cultuur van destijds blijkbaar het jonge geluk van Margareta en Gerard niet in de weg. Helaas werd Erasmus later in zijn carrière toch door zijn tegenstanders wel aangekeken op zijn ‘illegale’ geboorte en dit bracht hem er vermoedelijk toe ware feiten over zijn vaders Italiaanse reis te combineren met het verzinsel dat hij als eerste en enige kind tijdens die afwezigheid van zijn vader geboren zou zijn.

Erasmus vermeldt in zijn Compendium vitae niet zijn geboortejaar, maar zegt wel dat zijn geboorte “vermoedelijk 57 jaar geleden” was. Over het juiste geboortejaar bestaat nog steeds geen eenduidigheid. Het moet gelegen zijn tussen 1466 en 1469. Erasmus suggereert zelf dus 1466, maar voor zijn verhaal dat zijn vader nog geen priester was, toen hij hem verwekte, komt een antidatering hem wel goed uit. Langereis acht 1469 het waarschijnlijkst bijvoorbeeld op grond van het overlijden van Erasmus’ ouders aan de pest toen hij 14 jaar was; vastgesteld is dat er in 1483 een hevige epidemie heerste.[xii] Ook met betrekking tot de precieze plek van zijn geboorte bestaat geen absolute zekerheid, maar men houdt het erop dat zijn geboortehuis gelegen was aan de Nieuwe of Wijde Kerkstraat.[xiii] Dit was vermoedelijk destijds inderdaad nieuwbouw in een nieuwe straat, want ook toen ging het centrum van Rotterdam op de schop: in de jaren 1450 en 1460 werd de vlakbij gelegen Laurenskerk gebouwd en vervolgens meteen flink uitgebreid Dat betekende ook dat de omliggende straten en waterlopen aangepast moesten worden.

Over zijn vader schrijft Erasmus in zijn Compendium vitae: “Gerard zette zich in Rome tot passende studiën. Hij schreef goed Grieks en Latijn. En ook in het recht maakte hij flinke vorderingen. Want in Rome floreerden toen wijze mannen”. En van zijn moeder weet hij te melden dat zij de dochter is van een arts Pieter. Niet over elke medicus is Erasmus even tevreden. Wel schrijft hij: “Nu strekt de medische zorg zich niet alleen over het lichaam uit, het lagere bestanddeel van de mens, maar vooral over de mens in zijn geheel, ook al neemt de arts zijn vertrekpunt bij het lichaam zoals een theoloog dat doet bij de geest”.[xiv] Vader en moeder vullen elkaar dus goed aan. 

De jeugd van de broers

De oudste zoon, Pieter, is blijkbaar vernoemd naar zijn grootvader van moederszijde en de tweede, Erasmus, naar de favoriete heilige van zijn vader: Sint Erasmus, die een engelenhand naar Italië zou hebben gedragen en die na zijn marteldood onder keizer Diocletianus de patroonheilige van de zeelieden werd.

Als zoon van een artsendochter en een theoloog schrijft Erasmus: “Zijn vader zorgde ervoor dat hij beschaafd opgevoed werd en stuurde hem nauwelijks vier jaar oud naar school om letteren te leren. De eerste jaren vorderde hij weinig met de onsympathieke teksten, waarvoor hij niet in wieg was gelegd. In zijn negende jaar stuurde zijn vader hem naar Deventer; zijn moeder ging mee om voor hem te zorgen vanwege zijn prille leeftijd”[xv]. Kennelijk vond hij dat zijn ouders in lijn met hun eigen achtergrond inhoudelijk en zorgzaam het beste met de opvoeding van hun zonen voorhadden. En hij had zich heel jong blijkbaar al een uitgesproken mening gevormd over ‘onsympathieke’ teksten, die misschien wel bijdragen tot de letteren maar niet tot deugd[xvi].

Helaas woedt er tijdens Erasmus’ jaren in Deventer “als hij in zijn veertiende jaar is”, een pestepidemie, waarvan eerst zijn moeder slachtoffer wordt. Alle leerlingen worden uit Deventer naar huis – voor Pieter en Erasmus was dat Gouda – gestuurd vanwege de ziekte. Kort daarna sterft ook hun vader aan die ziekte. De erfenis van de broers wordt – zoals eerder vermeld – beheerd door voogden ook al hebben zij (volgens Erasmus’ Compendium vitae) van moeders zijde twee ooms in Dordrecht en van vaders zijde nog grootouders en negen ooms in leven. De voogden moeten voor hun verdere opleiding zorg dragen en sturen Pieter en Erasmus naar een kostschool in ’s Hertogenbosch. Maar zij willen al snel van hun verantwoordelijkheid af en besluiten de broers dus in augustijner kloosters onderbrengen: Pieter gaat naar het klooster Sion bij Delft en Erasmus kiest voor Stein bij Gouda, vermoedelijk vanwege de grote bibliotheek daar.[xvii]

Vanaf dat moment is er nauwelijks meer contact tussen de broers. Zij kiezen na hun jeugd samen elk een heel andere weg. Pieter lijkt als wees van ongeveer 20 jaar te besluiten voor zichzelf het leukste te halen uit het rauwe leven van die tijd. Zijn jongere broer Erasmus verwijt hem dat. Hij zet zich in om mensen tot goede mensen te maken en kiest ervoor zijn leven te wijden aan het bestrijden van de hypocrisie die hij overal om zich heen ziet. Die verbetenheid maakt hem niet gelukkig, maar wel de bekendste geleerde van Nederland met opvattingen over geloof, politiek, leiderschap en verantwoordelijkheid die in onze eeuw nog steeds actueel zijn.

Dit is een bijdrage van Pieter van der Hoeven, penningmeester Semper Floreat.


[i]      Brief 3.
De briefwisseling van Erasmus werd begin vorige eeuw geordend en in twaalf delen in het Latijn uitgegeven Opus epistolorum Des. Erasmi Roterodami  P.S. Allen, Clarendon Press, Oxford 1906-1959. Begin deze eeuw verschenen deze brieven in een twintig-delige Nederlandse vertaling De correspondentie van Desiderius Erasmus (diverse vertalers). Ad. Donker, Rotterdam 2004-2019.
Tijdens anders vermeld, volg ik hier steeds deze vertalingen.

[ii]     Brief 1900.

[iii]    Brief 423 van 20 juni 1516.

[iv]    S. Langereis Erasmus dwarsdenker De bezige bij: Amsterdam 2021

[v]     S. Zweig Triomf en tragiek van Erasmus van Rotterdam vertaald uit het Duits door B. van Kreel met een nawoord van T. Huttinga. Uitgeverij IJzer: Utrecht 2021

[vi]    Brief 447 van 15 augustus 1516. Erasmus herhaalt dit verhaal later in het voorjaar van 1525 in brief 1581a  die slechts indirect is overgeleverd.

[vii]   Erasmus Compendium vitae (opgenomen in brief 1437 van 2 april 1524); passages door mij geselecteerd en geparafraseerd.

[viii]  De Brit Ch. Reade was zo onder de indruk van dit verhaal dat hij in 1861 een dikke roman schreef The cloister and the heart over Erasmus’ ouders. Terecht wordt dit verhaal als fictie aangemerkt (al was het maar omdat de hoofdpersonen ’s avonds op en neer wandelen tussen Rotterdam, Gouda en Zevenbergen.

[ix]    G. Avarucci, Due codici scritti da ‘Gerardus Helye’ padre di Erasmo, Italia medioevale e umanistica 26, 1983 

[x]     K. Goudriaan, Erasmus en Gouda: een vluchtige relatie, De Schatkamer. Regionaal Historisch Tijdschrift Midden-Holland, 1 december 2017

[xi]    Men suggereert vaak dat Margareta de huishoudster was van Gerard, maar er is geen aanleiding om te veronderstellen dat Pieter en Erasmus geboren werden uit een verhouding die eerder uit een toevallige dienstbetrekking dan uit wederzijdse gevoelens tot stand kwam.

[xii]   S. Langereis op.cit.

[xiii]  R. van der Schans & L.L.E. Schlüter De plek waar eens de wieg van Erasmus stond Stichting Erasmushuis Rotterdam 2007

[xiv]  Erasmus Encomium medicae uit 1519, Lof der geneeskunde Vertaald door I. Bejczy, Ad. Donker, Rotterdam (1998).

[xv]   Erasmus Compendium vitae

[xvi]  Vermoedelijk was Caesar de eerste klassieke schrijver die ook hij las. In januari 1518 schreef Erasmus in brief 760 aan Anton van Bergen: “Van Caesar zul je de ware zuiverheid van de Romeinse taal leren, maar pas op dat je van hem niet de eerzuchtige dwaasheid van de oorlogvoering leert”.

[xvii] Dat ook Pieter naar Deventer en ’s Hertogenbosch gaat, zijn algemeen gedane aannames, immers Erasmus gunt zijn broer geen plek in zijn Compendium vitae. Zo ook de veronderstelling dat Pieter naar het klooster Sion gaat: Erasmus schrijft dat daar voor hem oorspronkelijk een plek was, maar dat hij uiteindelijk – zij het nog steeds tegen zijn zin – het klooster Stein koos.

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Afscheid Rosalie Boddé van redactie

Tot onze grote spijt heeft Rosalie afscheid genomen van de vaste redactie. Haar studie Lucht- en Ruimtevaarttechniek in Delft slokt haar tijd helemaal op. Wij hebben de afgelopen jaren bijzonder genoten van haar ideeën, concepten en uiteraard de stukken die zij schreef. Ook toen zij als buitenredacteur in Rome verbleef, konden wij altijd rekenen op haar originele bijdragen. Veel dank Rosalie voor de plezierige en inspirerende samenwerking. En heel veel succes natuurlijk met je studie. Jouw verslagen uit de ruimte zijn bijzonder welkom!

Alle bijdragen van Rosalie aan de Tolle belege lees je hier terug.

Wij zijn op zoek naar een nieuwe Rosalie!

Heb je leuke ideeën en houd je van schrijven, mail ons (redactie@semper-floreat.nl) dan. De nieuwsbrief biedt alle ruimte voor de meest diverse bijdragen. De redactie vergadert voor de drie nieuwsbrieven live drie keer per jaar. Verder communiceren we online. Dus, heb je er zin in, schroom dan niet contact met ons op te nemen. We kijken naar je uit!

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Tolle Zeer Belege

Leen Bom, oud-redacteur van Tolle Belege, kwam in 2017 in contact met een oud-6beta2 klas (examenjaar 1956). Hij raakte geïnteresseerd in de langdurige vriendschap van dit groepje oud-leerlingen dat nog steeds jaarlijks bijeen komt en schreef daarover een uitgebreid artikel met foto’s in de lustrum Tolle Belege van september 2018. Voor dit digitale magazine schrijven wij als redactie nog een keer over deze bijzondere klas, omdat er in de lustrum-editie van Tolle Belege september 2023 onvoldoende ruimte was. We laten hieronder de oude klas zelf aan het woord. De redactie.

Foto van onze reünie op 4 juli 2025

“Wij, 6beta2-1956, zijn weliswaar een oude klas, maar we hebben nog steeds veel en levendige herinneringen aan een fijne tijd op het Erasmiaans. De oorlog was nog maar 5 jaar voorbij toen wij naar het gymnasium gingen. Dat was in 1950. Het centrum van de stad was na het bombardement kaal en verlaten. Nauwelijks gebouwen. Op de lege plekken aan de Coolsingel groeiden koren, tarwe en dergelijke. Je kan het je nu absoluut niet meer voorstellen. Om op het gymnasium te komen moest je een zgn. verlengd toelatingsexamen doen. Daartoe had je eerst op school in een proefklas een aantal weken lessen te volgen waarbij je moest meenemen papier, pen, potlood, passer en liniaal. We maakten kennis met totaal onbekende vakken, o.a. wiskunde en Latijn (mensa, mensae, mensae, mensam, mensa, sum, es, est, laudo, laudas, laudat enz.), Die rijtjes zijn altijd blijven hangen. Vergeten doe je ze niet. Aan het eind van die periode wachtte een toelatingsexamen over het geleerde. Slaagde je, dan ging er een brief van de toen rector Pattist naar je ouders. Zo begonnen zes vruchtbare, leerzame, interessante jaren waarin vriendschappen en soms meer dan dat opbloeiden. Behalve aan de lessen – waaronder 6 jaar Latijn en 5 jaar Grieks – denken we ook aan de kleurrijke leraren met hun gewoontes en grappen, zoals de meesterlijk lesgevende neerlandicus Stutterheim (later hoogleraar in Leiden) die nooit huiswerk gaf; zoals walvisdeskundige bioloog Dr A.B. van Deinse die in zijn kabinet een doos bewaarde vol walvisbotten die je niet mocht aanraken (“kijken met je ogen, niet met je handen”) en met wie de klas in 1951 een aangespoelde stinkende reuzenhaai ging bekijken; zoals zijn opvolger biologieleraar Adriani die in de les uitlegt dat mannetjesherten de vrouwtjes niet allemaal tegelijk kunnen bevruchten maar wel achter elkaar; de muziek- en declamatieavonden in de aula waar sommigen van ons optraden met pianospel of gedichten, zoals klasgenoot Hans Surber met de “Spin Sebastiaan, het is niet goed met hem gegaan” van Annie M.G. Schmidt; de Paas- en Kerstbondsavonden in het later afgebrande Palace aan de Zomerhofstraat met het onder regie van toen conrector van der Velde opvoeren door leerlingen van Griekse tragedies (Bakchai van Euripides) of Romeinse comedies (De snoevende krijgsman, Miles Gloriosus van Plautus) met als slot “bal na tot 3 uur met medewerking van The Dutch Swing Collegeband” toen uiterst populair vanwege de dixieland jazz; de wandelclub Koinothrex onder leiding van de ook hier actieve van der Velde; het toen voor de leerlingen bestaande Tolle Lege waarin leerling Karel Eijkman later bekend van de Kinderbijbel en -TV stukjes schreef onder de naam Takelwagentje; de cum laude overgang van onze hele klas van 4 naar 5; in het laatste jaar de werkweek in het Maarten Maartenshuis in Doorn, het verste uitje dat we op school hadden; de laatste schooldag met een verkleed optocht via de meisjes-HBS aan de Mecklenburglaan (om in die school lawaai te maken) naar het Erasmusbeeld op de Coolsingel, waar een klasgenoot het beeld beklom om een krans om zijn hals te hangen, met het einde in de voor ons geheimzinnge Docentenkamer op school, waar je in al die 6 jaren nooit binnen mocht komen. In de lustrum TB van september 2018 lees je het verhaal van Leen Bom met foto’s over onze schooltijd. Sinds 1956 komen we al een groot aantal jaren jaarlijks bij elkaar. Onze eindexamenklas telde 14 leerlingen. Nu zijn we nog met 6. De laatste jaren zien we elkaar in restaurant De Generaal in Baarn. Voor de meesten van ons redelijk centraal gelegen, maar niet voor één van ons die uit het verre Lübeck moet komen en voordien uit Hamburg. Onze recente reünie was op 4 juli jl. We waren met 5 van de 6. Zie de foto. Door mindere mobiliteit is het vervoer naar Baarn even een dingetje, maar we komen er. Wat doen we? We drinken een glas, doen een lunch en kletsen lang na op het terras buiten. Waar we het over hebben laat zich gemakkelijk raden. Naar huis gaan we met een hoofd vol dierbare herinneringen en oude verhalen. Volgend jaar weer? We hopen het. We hebben het ook over dingen van de school waarvan we nu achteraf vinden dat ze vroeger beter hadden gekund, maar wat alles overheerst is het plezier. Gaudium quae paret !!! Hartelijke groet met veel dank aan de Tolle Belege Redactie en dank aan de lezers. Dorli, Annabelle, Pim, Herman, Dolf, Frans.

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Pagina 1 van 7

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén